Naar de inhoud
Artikel VII-3 Strafvermindering (44a Sr)
- Wordt besloten tot strafvermindering, dan kan als richtlijn gelden:
- een vermindering van maximaal de helft van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, taakstraf of geldboete; of
- het omzetten van maximaal de helft van het onvoorwaardelijke deel van een vrijheidsstraf, taakstraf of geldboete in een voorwaardelijk deel; of
- het vervangen van maximaal een derde van een vrijheidsstraf door een taakstraf of een onvoorwaardelijke geldboete.
- Strafverminderingsgronden worden bepaald in overleg tussen overheid en verdachte, met bijstand van een advocaat. Daarbij tellen mee:
- goed gedrag en medewerking van de verdachte tijdens en na de aanhouding;
- verzachtende omstandigheden;
- overmacht door problemen in de stad (bijvoorbeeld een storm);
- proportionaliteit;
- het aandeel van de verdachte, als er sprake is van een grootschalig feit met meerdere partijen.